Hoe herken je discriminatie?
"De ergste vorm van ongelijkheid is proberen ongelijke dingen gelijk te maken."
Aristoteles, Grieks filosoof (384 v.C. - 322 v.C.)
Aan de hand van enkele Europese richtlijnen heeft de Vlaamse overheid een gelijkekansen – en gelijkebehandelingsdecreet opgesteld. Hiermee heeft men een jurisdisch kader willen scheppen voor de bestrijding van discriminatie.
We lichten de belangrijkste punten van het decreet hieronder toe:
1/ Directe en indirecte discriminatie
Directe discriminatie:
Iemand wordt minder gunstig behandeld dan iemand anders in een vergelijkbare situatie.
Voorbeelden:
1. Een gemeentelijk zwembad weigert mensen met een ‘zwarte huidskleur’ de toegang tot het zwembad.
2. Als men zou beslissen om hindoes minder loon te betalen voor vergelijkbaar werk als niet-hindoes, enkel en alleen omdat ze hindoe zijn, stelt men hierdoor een ongunstige behandeling in. Men creëert een direct onderscheid op basis van een beschermd criterium, zijnde geloof.
Indirecte discriminatie:
Iemand wordt minder gunstig behandeld door een ogenschijnlijke neutrale bepaling.
Voorbeelden:
1. Een gemeentelijk zwembad verplicht het dragen van ‘speedo-slip en bikini’ in het kader van de hygiëne (waardoor ‘moslims’ zouden worden geweerd).
2. U leest in een advertentie dat, om in aanmerking te komen voor de job, u best beschikt over een eigen wagen. Op het eerste gezicht een zeer normale vereiste. Toch zou deze vereiste kunnen wijzen op een zekere financiële alsook mogelijk fysieke zelfstandigheid. Zowel "handicap" als "vermogen" zijn beschermde criteria. De vereiste te kunnen beschikken over een eigen wagen lijkt op het eerste zicht een neutrale vereiste, maar zou dus een onrechtvaardig onderscheid kunnen instellen tussen mensen die de middelen en/of mogelijkheden hebben om een eigen wagen aan te schaffen en zij die dit niet hebben (voor zover dit onderscheid niet gerechtvaardigd zou kunnen worden!).
2/ Verschil onderscheid en discriminatie
Discriminatie bestaat uit het maken van een direct of indirect onderscheid op basis van een door de wet beschermd criterium zoals bijvoorbeeld geloof of geslacht, zonder dat hiervoor een rechtvaardiging kan worden aangebracht.
Dit betekent dus dat niet elk onderscheid onmiddellijk ook een discriminatie uitmaakt:
• ofwel wordt er een onderscheid gemaakt dat niet gebaseerd is op een door de wet beschermd criterium;
• ofwel wordt er wel een onderscheid gemaakt op basis van een door de wet beschermd criterium, maar kan het onderscheid worden gerechtvaardigd (zie vb).
Voorbeeld:
Het lijkt logisch dat een onderscheid op basis van geslacht (een beschermd criterium) een discriminatie inhoudt, aangezien je moeilijk kan voorstellen dat hiervoor een rechtvaardiging kan worden aangebracht.
Maar wat nu met een professioneel toneelgezelschap dat op zoek is naar een actrice om Doornroosje te spelen?
Mag men hier een onderscheid maken tussen man en vrouw en specifiek aangeven dat men op zoek is naar een vrouw/actrice?
De wet erkent dat het gemaakte onderscheid gerechtvaardigd wordt indien het een wezenlijke en bepalende beroepsvereiste betreft. In het voorbeeld hier zou men dit inderdaad kunnen inroepen als rechtvaardiging.
3/ Discriminatiechecklist
Er zijn dus een aantal elementen die moeten worden geverifieerd. Daarom geven we hieronder een ‘discriminatiechecklist’:
Er is sprake van discriminatie (= een verboden onderscheid) wanneer:
Stap 0: Er is sprake van een ongunstige behandeling én
Stap 1: Het onderscheid verband houdt met een van de in de wet beschermde criteria (zie verder) én
Stap 2: Het onderscheid binnen de werkingssfeer van de wetten of het decreet valt én
Stap 3: het onderscheid niet kan worden gerechtvaardigd.
4/ Meldpunten dicriminatie
Het gelijkekansen – en gelijkebehandelingsdecreet voorziet in 13 meldpunten dicriminatie. Bij die meldpunten kan al wie een klacht heeft rond discriminaties op grond van gender, seksuele geaardheid, gezondheidstoestand of handicap, leeftijd en etnie in de verschillende bevoegdheidsdomeinen terecht.
Meldpunt Discriminatie Antwerpen
Sint – Jacobsmarkt 7
2000 Antwerpen
E-mail: meldpunt.discriminatie@stad.antwerpen.be
Tel: 0800 94 84 3
Meer info op: http://www.gelijkekansen.be/meldpunten.html
5/ De belangrijkste uittreksels uit het gelijkekansen – en gelijkebehandelingsdecreet
HOOFDSTUK IV. Het Vlaamse gelijkebehandelingsbeleid
AFDELING I. Vormen van discriminatie
Artikel 16
§1. Er is sprake van directe discriminatie als iemand minder gunstig wordt behandeld dan iemand anders in een vergelijkbare situatie wordt, is of zou worden behandeld, op grond van een of meer, werkelijke of vermeende, eigen of bij associatie toegekende, beschermde kenmerken, tenzij die ongunstige behandeling objectief wordt gerechtvaardigd door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.
§2. Er is sprake van indirecte discriminatie als een ogenschijnlijk neutrale bepaling, maatstaf of handelswijze personen met een werkelijk of vermeend, eigen of bij associatie toegekend beschermd kenmerk in vergelijking met andere personen kan benadelen,tenzij:
– die bepaling, maatstaf of handelswijze objectief wordt gerechtvaardigd door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn;
– in het geval van indirect onderscheid op grond van een handicap aangetoond wordt dat geen redelijke aanpassingen getroffen kunnen worden.
§3. De beschermde kenmerken zijn geslacht, leeftijd, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, vermogen, geloof of levensbeschouwing, politieke overtuiging, taal, gezondheidstoestand, handicap, fysieke of genetische eigenschap, sociale positie, nationaliteit, zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, of nationale of etnische afstamming.
§4. Een minder gunstige behandeling in een vergelijkbare situatie op grond van zwangerschap, bevalling of moederschap wordt gelijkgesteld met een minder gunstige behandeling in een vergelijkbare situatie op grond van geslacht.
§5. Een minder gunstige behandeling in een vergelijkbare situatie op grond van transseksualiteit wordt gelijkgesteld met een minder gunstige behandeling in een vergelijkbare situatie op grond van geslacht.
AFDELING II. Toepassingsgebied
Artikel 20
Binnen de grenzen van de aan de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest toegewezen bevoegdheden is elke vorm van discriminatie verboden, zowel in de overheidssector, als in de particuliere sector, met inbegrip van overheidsinstanties, met betrekking tot:
1° de voorwaarden voor toegang tot arbeid in loondienst of als zelfstandige en tot een beroep, met inbegrip van de selectie- en aanstellingscriteria, ongeacht de tak van activiteit en op alle niveaus van de beroepshiërarchie, met inbegrip van bevorderingskansen,
alsook de werkgelegenheids- en arbeidsvoorwaarden, met inbegrip van ontslag en
beloning;
2° de toegang tot alle vormen en alle niveaus van beroepskeuzevoorlichting, beroepsopleiding, voortgezette beroepsopleiding en omscholing, met inbegrip van praktijkervaring;
3° de arbeidsbemiddeling en wedertewerkstelling;
4° de gezondheidszorg;
5° het onderwijs;
6° het aanbod van, de toegang tot, de levering en het genot van goederen en diensten die publiekelijk beschikbaar zijn – al dan niet tegen betaling –, met inbegrip van huisvesting;
7° de sociale voordelen;
8° de toegang tot en de deelname aan een economische, sociale, culturele of politieke activiteit die buiten de privésfeer worden aangeboden. Voor de arbeidsbetrekkingen in de zin van punt 1° tot en met 3° gelden de bepalingen van dit decreet niet in de gevallen van discriminatie vermeld in het decreet van 8 mei 2002 houdende evenredige participatie
op de arbeidsmarkt. Als iemand op grond van geloof of levensbeschouwing
ongunstiger wordt behandeld dan iemand anders in een vergelijkbare situatie wordt, is of zou
worden behandeld, in de domeinen als vermeld in het eerste lid, is er geen sprake van discriminatie in hoofde van publieke of particuliere organisaties waarvan de grondslag op geloof of levensbeschouwing is gebaseerd, op voorwaarde dat het geloof of de levensbeschouwing vanwege de activiteiten die worden ontwikkeld in deze domeinen of de context waarin deze worden uitgeoefend een wezenlijke, legitieme en gerechtvaardigde voorwaarde vormt gezien de grondslag van de organisatie.
6/ Bronnen:
http://jsp.vlaamsparlement.be/docs/stukken/2007-2008/g1578-7.pdf
http://www.stepstone.be/Carriere-Tips/Arbeidsrecht/discriminatie-en-tewerkstelling-hot-topic.cfm
http://www.gelijkekansen.be/ |